**1..** Aan een niet op eigen verzoek ontslagen ambtenaar, die ten minste 10 jaren in dienst der Gemeente is geweest en niet krachtens artikel 8 recht op pensioen kan doen gelden, kan door Burgemeester en Wethouders eene ondersteuning worden verleend voor den tijd van één jaar, tot een door hen in ieder bijzonder geval te bepalen bedrag, dat echter
ingeval het ontslag eervol verleend wordt, niet hooger mag zijn dat het pensioen, berekend volgens den in artikel 11, 1e lid sub a aangegeven maatstaf;
ingeval het ontslag zonder de toevoeging van "eervol" verleend wordt, niet hoger mag zijn dan een bedrag, berekend naar den maatstaf van 1/100 van den pensioengrondslag voor elk dienstjaar.
**2..** Deze ondersteuning kan door Burgemeester en Wethouders telkens opnieuw voor den tijd van één jaar verlengd worden.
**3..** Indien de betrokken ambtenaar in verband met het in het 1e lid genoemde ontslag eene toelage geniet als bedoeld in artikel 7, 2e lid, der "pensioenwet voor de gemeenteambtenaren 1913" dan wel een pensioen krachtens de "Pensioenwet 1922 (Stbl. No. 240)" wordt de ondersteuning slechts ver-leend, indien en voor zoover het bedrag daarvan zonder inachtneming van deze bepaling hooger zou geweest zijn dan de genoemde toelage of het pensioen.
§ 2.
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Verordening op het verleenen van pensioen aan ambtenaren der gemeente en aan hunne weduwen en weezen