**1..** Het pensioen bedraagt:
voor de weduwe van een ambtenaar ¼ van den pensioengrondslag;
voor ieder der weezen, indien en zoolang hunne moeder pensioen geniet, 1/20 van den pensioengrondslag;
voor ieder der weezen, niet vallende in de termen sub b genoemd, 1/12 van den pensioengrondslag;
voor ieder der tot pensioen gerechtigde weezen van een vrouwelijken ambtenaar 1/12 van den pensioengrondslag.
**2..** Het geheele bedrag van het weezenpensioen uit één huwlijk of het gezamenlijke bedrag der weezenpensioenen uit verschillende huwlijken van den ambtenaar kan het ¼ van den pensioengrondslag niet overschrijden.
**3..** Het weduwen- en het gezamenlijk weezenpensioen bedragen elk ten hoogste f 600,00.
§ 3.
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Verordening op het verleenen van pensioen aan ambtenaren der gemeente en aan hunne weduwen en weezen