Naar hoofdinhoud
1.. Het pensioen bedraagt: voor de weduwe van een ambtenaar ¼ van den pensioengrondslag; voor ieder der weezen, indien en zoolang hunne moeder pensioen geniet, 1/20 van den pensioengrondslag; voor ieder der weezen, niet vallende in de termen sub b genoemd, 1/12 van den pensioengrondslag; voor ieder der tot pensioen gerechtigde weezen van een vrouwelijken ambtenaar 1/12 van den pensioengrondslag. 2.. Het geheele bedrag van het weezenpensioen uit één huwlijk of het gezamenlijke bedrag der weezenpensioenen uit verschillende huwlijken van den ambtenaar kan het ¼ van den pensioengrondslag niet overschrijden. 3.. Het weduwen- en het gezamenlijk weezenpensioen bedragen elk ten hoogste f 600,00.

Rechtspraak bij dit artikel