Indien het gezamenlijke bedrag der pensioenen van uit verschillende huwlijken door een ambtenaar nagelaten weezen f 600,00 of in de gevallen, bij artikel 18 bedoeld, f 1.200,00 zou overschrijden en dus ingevolge het bepaalde in artikel 17, 3e lid en artikel 18, tot dat bedrag moet worden verminderd, geschiedt die vermindering zóó, dat de verhouding, die volgens de aanvankelijke berekening tusschen de verschillende pensioenen bestaat, dezelfde blijft.
§ 3.
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Verordening op het verleenen van pensioen aan ambtenaren der gemeente en aan hunne weduwen en weezen