**1..** Behoudens het bepaalde in artikel 23 gaan de pensioenen in:
voor den ambtenaar daags nadat de wedde en emolumenten of het ziektegeld heeft opgehouden;
voor de weduwen en weezen daags nadat de wedde of het pensioen van den overledene heeft opgehouden; in de gevallen bedoeld bij artikel 16, alsmede wanneer de wedde niet tot aan het overlijden werd uitbetaald, daags na het overlijden; ingeval van vermoedelijk overlijden daags na den datum van het vonnis van vermoedelijk-overlijdenverklaring van den ambtenaar.
**2..** De pensioenen worden bij vooruitbetaling voldaan per week of per maand, naar gelang de wedde van den ambtenaar werd uitbetaald. In bijzondere gevallen, ter beoordeling van Burgemeester en Wethouders, kan hiervan worden afgeweken.
**3..** Voor de eerste maal geschiedt deze betaling over zooveel dagen als tusschen den aanvangsdag van het pensioen en den eerstkomenden betalingstermijn zullen verloopen.
**4..** Het pensioen houdt op met het einde van het kalenderkwartaal, waarin het recht daarop is komen te vervallen.
**5..** Bij overlijden der weduwe of indien uit anderen hoofde het weezenpensioen moet worden herzien, wordt de gewijzigde berekening eerst met het begin van het volgende kalenderkwartaal in toepassing gebracht.
§ 5.
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Verordening op het verleenen van pensioen aan ambtenaren der gemeente en aan hunne weduwen en weezen