**1..** Voor het weduwen- en wezenpensioen betaald de wethouder als bijdrage de helft van de premie, welke de Gemeente verschuldigd zal zijn wegens de door haar te sluiten verzekering tot dekking van het risico, dat uit de aanspraken op pensioen van de weduwen en wezen voortvloeit. Indien deze premie meer dan f 1.000,00 bedraagt, wordt een bijdrage geheven, gelijk aan het premiebedrag verminderd met f 500,00.
**2..** Ook na zijn aftreden blijft de gewezen wethouder een bijdrage verschuldigd. Zij is gelijk aan de laatstelijk voor hem betaalde premie.
**3..** Indien een wethouder of gewezen wethouder daartoe de wens te kennen geeft, kan het weduwen- en wezenpensioen te allen tijde op een lager bedrag gesteld worden dan het krachtens artikel 15 toegelaten maximum. De bijdrage voor dit lagere pensioen wordt berekend op de voet van de vorige leden van dit artikel.
**4..** Zolang de wethouder of gewezen wethouder in het genot van wedde, wachtgeld of pensioen ter zake van het wethouderschap is, wordt de bijdrage daarmede verrekend.
**5..** Het uitzicht op weduwen- en wezenpensioen vervalt, indien betaling van de bijdrage gedurende meer dan een jaar achterwege gebleven is.
Paragraaf III.
Artikel 17