Naar hoofdinhoud
1.. Het weduwenpensioen bedraagt ten hoogste de helft van het pensioen, dat de wethouder of gewezen wethouder na pensionering, zonder toepassing van artikel 11 dezer verordening, zou hebben genoten of genoot, tot een maximum van f 2.200,00. 2.. Het wezenpensioen bedraagt voor volle wezen ten hoogste twintig percent en voor halve wezen ten hoogste tien percent van het pensioen, dat de wethouder of gewezen wethouder na pensionering zonder toepassing van artikel 11 dezer verordening zou hebben genoten of genoot. 3.. Het gezamenlijk bedrag van pensioen, dat ingevolge het eerste en tweede lid van dit artikel kan worden genoten door de weduwe en de wezen of alleen door de wezen van een overleden wethouder of gewezen wethouder, bedraagt niet meer dan het dubbele van het weduwenpensioen tot een maximum van f 4.000,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel