Naar hoofdinhoud
Indien een gewezen wethouder, die wachtgeld geniet op grond van deze verordening, inkomsten gaat genieten uit of in verband met een ambt of betrekking, in dienst van een der lichamen, genoemd in art. 3 en art. 4 der Pensioenwet 1922 (Staatsblad no .240), uit het bekleden van een wethouder-schap of van een lidmaatschap van Gedeputeerde Staten of van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, met ingang van of na de dag van aftreding als wethouder ter hand genomen of aanvaard, dan wordt, indien over enig kalenderjaar het wachtgeld, vermeerderd met die inkomsten de laatstelijk genoten wedde zou overschrijden, het wachtgeld met het bedrag dier overschrijding verminderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel