Naar hoofdinhoud
1.. Hij, die ophoudt wethouder te zijn, heeft, tenzij hij zonder onderbreking weder als zodanig optreedt, met ingang van de dag van aftreding, voor zover hij alsdan niet de leeftijd van 65 jaren heeft bereikt, aanspraak op een uitkering ten laste der gemeente op de voet van het bepaalde in de volgende artikelen. 2.. Geen recht op een uitkering heeft hij, die het wethoudersschap slechts tijdelijk heeft waargenomen. 3.. De Gemeenteraad kan bepalen, dat geen uitkering zal worden toegekend aan hem, die ophoudt wethouder te zijn ten gevolge van de toepassing van artikel W 8 van de Kieswet of artikel 95 van de gemeentewet.

Rechtspraak bij dit artikel