Naar hoofdinhoud
1.. Voor een belanghebbende, die tevens recht op een algemeen ouderdomspensioen heeft, wordt daarvan het bedrag, dat geacht kan worden betrekking te hebben op een tijd, overeenkomende met de diensttijd, waarnaar haar pensioen geacht wordt te zijn berekend, deel uit te maken van het bedrag van haar pensioen. 2.. Ten aanzien van haar, die op het tijdstip met ingang waarvan voor haar recht op algemeen ouderdomspensioen ontstaat, reeds recht op pensioen heeft, vindt het eerste lid toepassing met ingang van de eerste van de maand waarin het recht op algemeen ouderdomspensioen is ontstaan of zoveel later als het pensioen is ingegaan. 3.. Als diensttijd, waarnaar het pensioen geacht wordt te zijn berekend, wordt aangemerkt de diensttijd, tot een maximum van 20 jaren, waarnaar het eigen pensioen is berekend, waarvan het pensioen is afgeleid, met overeenkomstige toepassing van artikel 11b, vierde en vijfde lid. 4.. Artikel 11b, derde en vierde lid, artikel 11d, derde lid, en de artikelen 11e en 11f vinden overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat voor de toepassing van artikel 11b, vierde lid onder belanghebbende wordt verstaan degene aan wiens overlijden het recht op pensioen wordt ontleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel