Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

a.

algemeen weduwenpensioen:

een weduwenpensioen en een tijdelijke weduwenuitkering, als bedoeld in de Algemene Weduwen- en Wezenwet;

b.

algemeen wezenpensioen:

een wezenpensioen, als bedoeld in evengenoemde wet;

c.

pensioen:

een weduwenpensioen of een wezenpensioen, toegekend krachtens par. III, almede een weduwen- of een wezenpensioen, toegekend krachtens artikel 32, met inbegrip van de op dat pensioen verleende toeslagen.