De uitkering bedraagt gedurende het eerste jaar 80%, gedurende het tweede jaar 65% en vervolgens 50% van de voor het ambt vastgestelde wedde, waaronder worden begrepen de toelagen, welke in de pensioenregeling zouden zijn opgenomen, indien de wethouder als zodanig ambtenaar in de zin van de Pensioenwet 1922 (Stb. 240) was geweest, zomede voor de toepassing van deze paragraaf de eventuele kindertoelage, welke belanghebbende zou hebben genoten, indien hij wethouder was gebleven.
§ I.
Artikel 3 Verordening regelende de toekenning van een uitkering en een pensioen aan gewezen wethouders der gemeente 's-Gravenhage, zomede van een pensioen aan de weduwen en wezen van wethouders en gewezen wethouders en voorts regelende de beperking van de uitbetaling van zodanig pensioen bij gelijktijdige aanspraak op een pensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet (Uitkerings- en pensioenverordening wethouders 1956).
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 3 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon