Naar hoofdinhoud
1.. De vóór 1 september 1956 aan gewezen wethouders en aan weduwen en wezen van wethouders de gewezen wethouders tegekende pensioenen worden met ingang van genoemde datum geacht krachtens deze verordening te zijn verleend. 2.. Een pensioen, als bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van dat van hem, die de in artikel 32, onder a, bedoelde wens heeft kenbaar gemaakt, wordt, indien het lager is dan het pensioenbedrag, dat zou zijn toegekend, indien deze verordening van kracht was geweest op het tijdstip, waarop dat pensioen is ingegaan, met ingang van 1 september 1956 ambtshalve tot dat bedrag verhoogd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel