Bij elk agendapunt worden de aanwezige burgers in maximaal twee termijnen in de gelegenheid gesteld het woord te voeren.
Het woord kan niet gevoerd worden:
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan;
over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
Elke spreker krijgt in de 1e termijn vijf minuten het woord en in de 2e termijn de gelegenheid voor nog een korte reactie.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 17
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2008