Wanneer er sprake is van een door de aanvrager bewoonde woning
in eigendom, stuit het tegeldemaking van de overwaarde (het
verschil tussen de waarde in het economisch verkeer en het saldo
van de hypothecaire geldlening) vaak op problemen. Bij een
aanvraag voor een geldlening zullen kredietverlenende instanties
op grond van het inkomen bepalen welk bedrag geleend kan worden
en juist het gebrek aan inkomen noopt tot het aanvragen van de
lening. Bij de andere mogelijkheid, verkoop, komt iemand zonder
huisvesting te zitten. Afgezien van deze bezwaren, is het in een
aantal gevallen niet redelijk te verlangen, dat de eigen woning
verkocht wordt of met een extra schuld belast.
Omdat er wel sprake van vermogen is maar het “vrijmaken” van dat
vermogen op de nodige bezwaren stuit, kan er in dergelijke
gevallen toch bijstand worden verleend, zij het in de vorm van
een geldlening (artikel 50 WWB).
Hoofdstuk B. › Paragraaf 3
Artikel 3.1
vermogen in de woning
Onderdeel van Beleidsregel Krediethypotheek en pandrecht gemeente Kerkrade