Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk B. › Paragraaf 3

Artikel 3.1

vermogen in de woning

Onderdeel van Beleidsregel Krediethypotheek en pandrecht gemeente Kerkrade

Wanneer er sprake is van een door de aanvrager bewoonde woning in eigendom, stuit het tegeldemaking van de overwaarde (het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer en het saldo van de hypothecaire geldlening) vaak op problemen. Bij een aanvraag voor een geldlening zullen kredietverlenende instanties op grond van het inkomen bepalen welk bedrag geleend kan worden en juist het gebrek aan inkomen noopt tot het aanvragen van de lening. Bij de andere mogelijkheid, verkoop, komt iemand zonder huisvesting te zitten. Afgezien van deze bezwaren, is het in een aantal gevallen niet redelijk te verlangen, dat de eigen woning verkocht wordt of met een extra schuld belast. Omdat er wel sprake van vermogen is maar het “vrijmaken” van dat vermogen op de nodige bezwaren stuit, kan er in dergelijke gevallen toch bijstand worden verleend, zij het in de vorm van een geldlening (artikel 50 WWB).

Rechtspraak bij dit artikel