Primair moet beoordeeld worden, of er naast een eventueel
vermogen in de woning geen sprake is van andere bezittingen, die
een waarde hebben die de vermogensgrenzen genoemd in artikel 34
lid 3 te boven gaan. Wanneer dat zich voordoet, zal het bedrag
van die overschrijding eerst moeten worden “ingeteerd”.
Vervolgens moet het vermogen in de woning worden vastgesteld.
Dit vermogen betreft het verschil tussen de verkoopwaarde van de
woning bij vrije oplevering (artikel 34 lid 1 onder a WWB) en
het saldo van de schuld, de (hypothecaire) geldlening, die erop
rust.
Hoofdstuk B. › Paragraaf 3
Artikel 3.2
vaststellen van het vermogen
Onderdeel van Beleidsregel Krediethypotheek en pandrecht gemeente Kerkrade