Indien belanghebbende de inlichtingenplicht zoals bedoeld in
artikel 17, eerste lid, van de wet niet of niet behoorlijk is
nagekomen door geen, onjuiste of onvolledige mededelingen te
doen, wordt een maatregel opgelegd als bedoeld in lid 2.
Bij gedragingen als bedoeld in artikel 12 lid 1 van deze
verordening wordt een maatregel opgelegd in de vorm van een
verlaging van 10% van het bruto benadelingbedrag, met dien
verstande dat zij op tenminste € 50,00 wordt vastgesteld.
De maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt
niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het
openbaar ministerie en blijft definitief achterwege indien het
Openbaar Ministerie ter zake strafvervolging heeft ingesteld en
het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen dan
wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel
74 van het Wetboek van Strafrecht.
Indien het Openbaar Ministerie besluit niet over te gaan tot
vervolging, wordt alsnog een individueel te bepalen maatregel
opgelegd, waarbij de zwaarte wordt afgestemd op de hoogte van
het benadelingbedrag als bedoeld in artikel 12 lid 2 van deze
verordening.