**1..** Indien voorafgaand aan dan wel ten tijde van de bijstandsverlening
over een vermogen kon worden beschikt boven het bescheiden vrij te
laten vermogen conform artikel 34 lid 2 sub b en lid 3 van de Wet
werk en bijstand en hierop is ingeteerd op een wijze die getuigt van
een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de
voorziening in het bestaan wordt een maatregel opgelegd.
**2..** Deze maatregel heeft een hoogte van 20 procent van de bijstandsnorm
voor de duur van het aantal maanden dat geen beroep op bijstand
mogelijk zou zijn geweest indien wel aan de verplichting was
voldaan. Dit met een maximum van 36 maanden.
HOOFDSTUK 4
Artikel 13
Onverantwoord interen op vermogen
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, Ioaw en Ioaz