Dit artikel heeft betrekking op de directe kosten. Met de Wet Bundeling inkomensvoorziening gemeenten zijn gemeenten financieel volledig verantwoordelijk voor de in artikel 5 genoemde regelingen. Door het verloop van het bestandsvolume in relatie tot de beschikbare uitkering kunnen jaarlijks overschotten of reserves ontstaan. Het is van belang dat eventuele overschotten over enig jaar beschikbaar blijven om het risico op toekomstige tekorten te compenseren. Verder is het van belang dat er aandacht is voor innovaties in de dienstverlening/bedrijfsvoering. Om voor deze aspecten financiële ruimte te krijgen is er voorzien in een risico- en innovatiereserve.
Als deze reserve voldoende gevuld is, hebben de deelnemende gemeenten aanspraak op terugstorting van het inkomensdeel, wat vervolgens in het verlengde van de doelstelling of anderszins bestemd kan worden.
De regeling gaat ervan uit dat eventuele tekorten ook uit deze reserve bestreden worden. In zoverre is er sprake van onderlinge solidariteit bij het inzetten van de reserve van het inkomensdeel. Voor het geval de reserve niet toereikend is, zullen gemeenten moeten bijdragen in het tekort. Dit artikel voorziet hierin.
De financiering van re-integratieactiviteiten gebeurt met het re-integratiedeel van het participatiebudget. Dit budget kan intergemeentelijk worden ingezet, waarmee een uniforme dienstverlening aan burgers uit de regio Midden-Langstraat bevorderd wordt. Om te bereiken dat de participatiemiddelen flexibel ingezet kunnen worden, is bepaald dat het Algemeen Bestuur voorafgaand aan een begrotingsjaar op verzoek van een deelnemende gemeente het re-integratiebudget kan inzetten voor educatie of inburgering.
Hoofdstuk 6:
Artikel 35:
Artikel 35:
Onderdeel van Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat