**1..** De indirecte kosten worden toegerekend op basis van:
**a..** 50% van het aantal inwoners van de deelnemende gemeenten op 1 januari van het boekjaar
**b..** 50% van het aantal uitkeringen van de deelnemende gemeenten op 1 januari van het boekjaar.
**2..** Kosten van het personeel dat is belast met de uitvoering van de in artikel 5 en 6 genoemde taken, niet zijnde kortingen op vergoedingen van het rijk, die op grond van een maatregel aan een gemeente zijn opgelegd.
**3..** Kosten van huisvesting, automatisering, externe ondersteuning, advieskosten en overige indirecte kosten.
**4..** De dienst brengt de kosten onder lid 2 en 3 genoemd bij de gemeenten in rekening naar rato van de verdeelsleutel in lid 1.
**5..** Alle betalingen van het rijk aan de gemeenten voor de bij de gemeenten in rekening gebrachte kosten als bedoeld in lid 2 en 3, worden direct na ontvangst door de gemeente aan de dienst overgemaakt.
**6..** Na afloop van elk kalenderjaar en in ieder geval vóór 1 juli volgend op het afgesloten kalenderjaar, vindt tussen de dienst en de gemeenten een definitieve afrekening plaats.
**7..** De dienst kan een reserve apparaatskosten vormen, waarin jaarlijks een storting wordt gedaan van maximaal 10% van de jaarlijkse apparaatskosten tot een maximum van 15% van de apparaatskosten is bereikt.
**8..** Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur.
Hoofdstuk 11:
Artikel 36:
De indirecte kosten
Onderdeel van Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat