Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11:

Artikel 36:

De indirecte kosten

Onderdeel van Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat

1.. De indirecte kosten worden toegerekend op basis van: a.. 50% van het aantal inwoners van de deelnemende gemeenten op 1 januari van het boekjaar b.. 50% van het aantal uitkeringen van de deelnemende gemeenten op 1 januari van het boekjaar. 2.. Kosten van het personeel dat is belast met de uitvoering van de in artikel 5 en 6 genoemde taken, niet zijnde kortingen op vergoedingen van het rijk, die op grond van een maatregel aan een gemeente zijn opgelegd. 3.. Kosten van huisvesting, automatisering, externe ondersteuning, advieskosten en overige indirecte kosten. 4.. De dienst brengt de kosten onder lid 2 en 3 genoemd bij de gemeenten in rekening naar rato van de verdeelsleutel in lid 1. 5.. Alle betalingen van het rijk aan de gemeenten voor de bij de gemeenten in rekening gebrachte kosten als bedoeld in lid 2 en 3, worden direct na ontvangst door de gemeente aan de dienst overgemaakt. 6.. Na afloop van elk kalenderjaar en in ieder geval vóór 1 juli volgend op het afgesloten kalenderjaar, vindt tussen de dienst en de gemeenten een definitieve afrekening plaats. 7.. De dienst kan een reserve apparaatskosten vormen, waarin jaarlijks een storting wordt gedaan van maximaal 10% van de jaarlijkse apparaatskosten tot een maximum van 15% van de apparaatskosten is bereikt. 8.. Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel