1.Het bouwen en het verrichten van alles wat daarmee in verband staat, moet geschieden op
veilige wijze, onder meer zodanig dat de nodige veiligheidsmaatregelen zijn genomen ten
behoeve van de weg en de in de weg gelegen werken en de weggebruikers en ten behoeve
van naburige bouwwerken, open erven en terreinen en hun gebruikers.
2.Op een terrein, waarop een bouw- of grondwerk wordt uitgevoerd moeten, wanneer er niet
wordt gewerkt - rustpauzen tijdens de dagelijkse werktijd niet inbegrepen:
a.de tijdelijke elektrische installaties ten behoeve van de uitvoering van het bouw- en
grondwerk, in hun geheel op zodanige wijze zijn uitgeschakeld, dat het weer in gebruik
stellen van de installaties door anderen dan daartoe bevoegde personen niet zonder meer
mogelijk is;
b.machines en werktuigen worden achtergelaten in een zodanige toestand, dat deze dan
wel mechanismen daarvan, niet zonder meer door anderen dan de daartoe bevoegde
personen in werking kunnen worden gesteld;
3.Het tweede lid is niet van toepassing op de voeding van een elektrische
verlichtingsinstallatie of van één of meer elektrisch aangedreven bemalingpompen, indien
de omstandigheden vereisen dat de voeding niet wordt onderbroken en de veiligheid
voldoende is gewaarborgd.
4.Het is verboden stempels, schoren, kruisen of zwiepingen weg te nemen of andere
veiligheidsmaatregelen op te heffen zolang zij uit veiligheidsoogpunt nodig zijn.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 4.8
Veiligheid op het bouwterrein
Onderdeel van Bouwverordening gemeente IJsselstein 2011