1.Het terrein waarop wordt gebouwd, grond wordt ontgraven of dergelijke werkzaamheden
worden verricht, moet door een doeltreffende afscheiding van de weg en van het
aangrenzende open erf of terrein zijn afgescheiden indien gevaar of hinder te duchten is.
2.De in het eerste lid bedoelde afscheiding moet zodanig zijn geplaatst en ingericht, dat het
verkeer zo min mogelijk hinder ervan ondervindt en de toegang tot brandkranen en andere
open-bare voorzieningen, zoals leidingen, er niet door wordt belemmerd.
3.Een terrein, waarop een bouw- of grondwerk wordt uitgevoerd en dat niet van de weg en
van het aangrenzende open erf of terrein is afgescheiden, moet, wanneer er niet wordt
gewerkt, worden bewaakt, tenzij het bouwtoezicht dit niet nodig acht.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 4.9
Afscheiding van het bouwterrein
Onderdeel van Bouwverordening gemeente IJsselstein 2011