Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 11

Sanctie bij verwijtbaar handelen

Onderdeel van Beleidsregels inburgeringsvoorzieningen Wet inburgering

1.. Er is sprake van verwijtbaar handelen indien de vrijwillige inburgeraar zonder dringende reden zich niet houdt aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, artikel 23, eerste lid, artikel 25, vierde lid, artikel 31, tweede lid onder a, van de Wet inburgering of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van de Verordening wet inburgering. 2.. Onder dringende reden wordt in ieder geval verstaan aantoonbaar geoorloofd (langdurig) verzuim door werk, zwangerschapsverlof, ziekte (na ziekmelding), ernstige ziekte of overlijden van bloed- of aanverwanten, huwelijk of bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten, verhuizing binnen of buiten de gemeente, het tijdelijk ontbreken van passende kinderopvang en het tijdelijk ontbreken van passend aanbod van een inburgeringsvoorziening. In alle overige gevallen is er sprake van ongeoorloofd verzuim. 3.. Of de vrijwillige inburgeraar verwijtbaarheid kan worden aangerekend bepaalt het college per individueel geval. In het geval dat de overtreding de vrijwillige inburgeraar kan worden verweten, legt het college een sanctie op. In het geval dat de vrijwillige inburgeraar gedeeltelijk verwijtbaarheid kan worden aangerekend, kiest het college voor een lagere sanctie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel