Het college van Burgemeester en Wethouders kan, al dan niet
op aanvraag van een belanghebbende, een monument zoals
gedefinieerd in artikel 1 aanwijzen als gemeentelijk
archeologisch monument.
De aanwijzing wordt gebaseerd op een redengevende
monumentbeschrijving aan de hand van selectiecriteria die
door het college worden vastgesteld.
Degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en /
of beperkt gerechtigde staan vermeld, de hypothecaire
schuldeisers en - als om de aanwijzing is verzocht - de
verzoeker worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.
Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument
de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als
gemeentelijk archeologisch monument ontvangt, tot het moment
dat de registratie als bedoeld in artikel 13 plaats heeft of
vaststaat dat het monument niet wordt aangewezen, zijn de
artikelen 16 en 17 bij wijze van voorbescherming van
overeenkomstige toepassing.
Het college van Burgemeester en Wethouders kan bepalen, dat
ten behoeve van de aanwijzing van een monument als
gemeentelijk archeologisch monument een bouwhistorisch en/of
non-destructief archeologisch onderzoek wordt verricht.
De aanwijzing als beschermd gemeentelijk archeologisch
monument kan geen object betreffen dat onherroepelijk is
aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet
1988.
HOOFDSTUK 3
Artikel 10
De aanwijzing tot gemeentelijk archeologisch monument
Onderdeel van Archeologieverordening Gemeente Geldrop-Mierlo 2009