Naar hoofdinhoud

Artikel Aanvullende (gedoog)criteria

Artikel Aanvullende (gedoog)criteria

Onderdeel van BELEIDSREGELS ACTUALISATIE COFFEESHOPBELEID GEMEENTE GRONINGEN

Naast de genoemde AHOJG-criteria gelden de navolgende vereisten/(gedoog)criteria voor het exploiteren van een coffeeshop in de stad Groningen. Exploitatievergunning APVG 2009 Een coffeeshop wordt beschouwd als een horecabedrijf in de zin van artikel 2:26, lid, sub d, van de APVG 2009. Op grond van artikel 2:27 (Exploitatie horecabedrijf) dient een coffeeshop te beschikken over een exploitatievergunning. Daarbij wordt getoetst of vestiging en exploitatie van de coffeeshop past in het bestemmingsplan. Binnen de diepenring wordt tevens getoetst aan de Staat van Horecabedrijven, zoals opgenomen in bijlage 5 van de APVG 2009. In de vergunning kunnen voorwaarden worden opgenomen over het voorkomen van overlast voor de woon- en leefsituatie in de omgeving, de openbare orde, verplichtingen in het kader van de Woningwet i.c. het Bouwbesluit, etc. Gedooglijst De gemeente hanteert een gedooglijst. Naast de exploitatievergunning op grond van de APVG 2009 geldt als voorwaarde voor de exploitatie van een coffeeshop in de stad Groningen dat men in aanmerking komt voor plaatsing op de gedooglijst.Men kan verzoeken om plaatsing op de gedooglijst door een correct en volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier in te dienen bij de gemeente. Bij de aanvraag dient een recente Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG) te worden overgelegd van de ondernemer dan wel, als de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de bij te voegen statuten vertegenwoordigt/vertegenwoordigen. Ook personen die als leidinggevende (in de zin van de Drank- en Horecawet) optreden in afwezigheid van de vergunninghouder of diens statutair vertegenwoordiger dienen deze verklaring aan te leveren. Een verzoek om op de gedooglijst te worden geplaatst wordt pas als aanvraag geboekt en in behandeling genomen als de aanvraag volledig en correct is ingevuld. De aanvragen worden op volgorde van boekingsdatum in behandeling genomen. Wanneer men in aanmerking komt voor plaatsing op de gedooglijst, geeft de gemeente een gedoogbeschikking af. Gelet op het door de gemeente gehanteerde maximumstelsel wordt aan maximaal 14 coffeeshophouders een gedoogbeschikking afgegeven. De gemeente toetst jaarlijks of de coffeeshophouders die op de gedooglijst zijn geplaatst hun gedoogstatus kunnen behouden. Daartoe ontvangen de coffeeshophouders jaarlijks een invulformulier met het verzoek dit volledig en correct ingevuld, met de bijbehorende (bewijs)stukken, te retourneren. Tevens dienen de coffeeshophouders jaarlijks een actuele VOG te overleggen. Als de informatie die uit het invulformulier en/of de bijbehorende stukken naar voren komt daartoe aanleiding geeft, kan besloten worden tot intrekking van de gedoogstatus van de betreffende coffeeshophouder. Het ontbreken van een actuele VOG leidt in ieder geval tot intrekking van de gedoogstatus. Wachtlijst Naast de gedooglijst, met daarop de 14 coffeeshophouders aan wie een gedoogstatus is verleend, hanteert de gemeente een wachtlijst. Personen die kenbaar maken dat zij een coffeeshop willen gaan exploiteren in de stad Groningen kunnen op deze wachtlijst worden geplaatst. Voor plaatsing op de wachtlijst dient men een daartoe bestemd aanvraagformulier in te vullen. Bij de aanvraag dient een recente VOG te worden overgelegd van de aanvrager. Een verzoek om op de wachtlijst te worden geplaatst wordt pas als aanvraag geboekt en in behandeling genomen als het aanvraagformulier volledig en correct is ingevuld. De aanvragen worden op volgorde van boekingsdatum in behandeling genomen. Personen die in aanmerking komen voor plaatsing op de wachtlijst worden daarop geplaatst in volgorde van boekingsdatum van de aanvraag. Personen die op de wachtlijst staan moeten jaarlijks, op verzoek van de gemeente, een actuele VOG aanleveren. Het ontbreken van een actuele VOG leidt ertoe dat de betrokkene van de wachtlijst wordt verwijderd. De rangorde op de wachtlijst is bepalend voor de vraag wie in een voorkomend geval in aanmerking komt voor plaatsing op de gedooglijst. Dit betekent dat, als de gedoogstatus van een coffeeshophouder wordt ingetrokken en, in navolging daarvan sluiting van de betreffende coffeeshop wordt gerealiseerd, degene die bovenaan de wachtlijst staat als eerste in aanmerking komt voor plaatsing op de gedooglijst. Vestigingscriteria Zoals hiervoor al is genoemd werd in juli 2000 het uitsterfbeleid voor coffeeshops buiten de diepenring afgeschaft. Omdat het onwenselijk werd geacht dat coffeeshops zich vervolgens op alle plaatsen zouden kunnen vestigen werd een aantal vestigingscriteria vastgesteld. In enkele bezwaarprocedures (vestiging The Happy in 2001 en The Medley in 2004) bleek dat op de toepasbaarheid en duidelijkheid van de vestigingscriteria het één en ander viel af te dingen. Daarom zijn de vestigingscriteria in januari 2004 nader gepreciseerd. De volgende criteria gelden sindsdien voor de vestiging van een coffeeshop: De locatie waar een coffeeshop wordt gevestigd mag niet gelegen zijn aan een straat waar de woonfunctie centraal staat. Uitgangspunt is dat de aanwezigheid van coffeeshops in specifieke woonwijken ongewenst is. Om te bepalen of de woonfunctie daadwerkelijk centraal staat is niet alleen de letter, maar ook de geest van het bestemmingsplan bepalend. Wanneer uit de toelichting op het bestemmingsplan blijkt dat de woonfunctie moet worden geïntensiveerd, en zich niet verdraagt met andere functies, kan zonder twijfel worden gesteld dat de woonfunctie centraal staat. Indien in een straat meerdere functies zijn toegestaan (bijvoorbeeld winkels, zakelijke dienstverlening, horeca én wonen) kan die conclusie niet worden getrokken. De locatie mag niet gelegen zijn binnen een afstand van 100 meter (loopafstand: van voordeur tot voordeur) van een basisschool of een school voor voortgezet onderwijs. Dit criterium is gericht op jongeren jonger dan 18 jaar, omdat voor deze categorie jongeren geldt dat zij niet in coffeeshops mogen worden toegelaten. Het criterium heeft betrekking op de categorie jongeren die op de basisschool zitten of voortgezet onderwijs volgen. De bedoeling is om zoveel mogelijk te voorkomen dat deze jongeren zich in tussenuren of na schooltijd in de buurt van coffeeshops zullen begeven. De locatie mag niet gelegen zijn in een gebied waar sprake is van een concentratie van horecabedrijven. Het criterium is toegespitst op gebieden waar sprake is van een concentratie van horecabedrijven. Gebieden waarvoor dat geldt zijn o.a.: de Grote Markt zuidzijde, de Poelestraat, Peperstraat, Gelkingestraat en de Kromme Elleboog. De reden om geen coffeeshops toe te staan in een gebied waar sprake is van een concentratie van horecabedrijven, is en blijft dat het gevaar voor aantasting van de openbare orde en/of het woon- en leefklimaat hierdoor cumulatief toe zou kunnen nemen. De locatie mag niet gelegen zijn in de directe nabijheid van winkels of bedrijven met een dusdanig andere bezoekersgroep dat de ontmoeting van de betrokken bezoekersgroepen openbare orde problemen tot gevolg heeft of tot gevolg dreigt te hebben. Behalve dat dit criterium door openbare orde motieven is ingegeven, speelt ook een rol dat coffeeshops niet kunnen worden aangemerkt als winkelondersteunende horeca.”

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel