Naar hoofdinhoud

Artikel Terugblik

Artikel Terugblik

Onderdeel van BELEIDSREGELS ACTUALISATIE COFFEESHOPBELEID GEMEENTE GRONINGEN

In maart 1995 is de nota “Verkoop van softdrugs in horecabedrijven” vastgesteld. Het in die nota vastgelegde coffeeshopbeleid was vooral gericht op de bestrijding van overlast rond softdrugs verkopende horecabedrijven. Daarnaast werd een einde gemaakt aan de gecombineerde verkoop van alcohol en softdrugs en werd gestreefd naar een afname van het aantal softdrugs verkopende horecabedrijven. In de periode tussen 1995 en 1997 nam het aantal coffeeshops af van 35 tot 14. Een verdere afname van het aantal coffeeshops werd (en wordt) als ongewenst beschouwd omdat het aantal bezoekers per coffeeshop dan te veel zou oplopen (wat de kans op overlast weer zou doen toenemen). Het maximum aantal toegestane coffeeshops werd vastgesteld op 14. Daarmee ontstond een redelijk stabiel evenwicht tussen vraag en aanbod. Vervolgens werd een wachtlijst ingesteld voor horecaondernemers die een coffeeshop wilden beginnen (nota “Aanvulling Coffeeshopbeleid”, april 1997). Op verzoek van de gemeenteraad werd het coffeeshopbeleid in 1999/2000 geëvalueerd. Dat leidde in juli 2000 opnieuw tot een aantal wijzigingen (“Wijziging beleidsregels Coffeeshopbeleid, gemeente Groningen”). De belangrijkste wijzigingen en conclusies zijn: Afschaffing van het uitsterfbeleid buiten de diepenring. Invoering van een vestigingsbeleid voor coffeeshops. Handhaving van het maximumstelsel (14 coffeeshops). Invoering van een hardheidsclausule voor de gevolgen van de wijziging van rechtsvorm. Handhaving van de leeftijdsgrens op minimaal 18 jaar. Regelmatig overleg met de coffeeshophouders.

Rechtspraak bij dit artikel