**1..** Indien voor de belanghebbende een combinatie van een toeslag op grond van artikel 3 en een of meer verlagingen op grond van de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 25% van het netto minimumloon ten opzichte van de norm zoals die is vastgesteld in artikel 35 van de wet.
**2..** Indien voor de belanghebbende meer dan één verlaging op grond van de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 25% van het netto minimumloon ten opzichte van de norm zoals die is vastgesteld in artikel 35 van de wet.
**3..** Jegens een belanghebbende wordt niet gelijktijdig toepassing gegeven aan de verlagingen als bedoeld in artikel 6, lid 1 en artikel 7. Indien op een belanghebbende beide artikelen van toepassing zijn wordt aan artikel 6 voorrang gegeven.
HOOFDSTUK 3
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren