1.Indien de nieuwkomer niet voor de voorziening van de kosten van het bestaan is aangewezen op bijstand op grond van de WWB is de hoogte van de op te leggen boete op grond van artikel 18 van de Wet afhankelijk van de ernst van de verwijtbare gedraging volgens onderstaande matrix.
Inde-ling art 3 lid 1
Aard van de gedraging
Cat.
1e gedraging
2e gedraging
3e gedraging
4e e.v. gedraging
a
aanmelding inburgering-onderzoek
1.
20% v/d bijstandsnorm
30% % v/d bijstandsnorm
40% % v/d bijstandsnorm
100% % v/d bijstandsnorm
B
medewerking aan inburgerings- onderzoek
1.
20% v/d bijstandsnorm
30% % v/d bijstandsnorm
40% % v/d bijstandsnorm
100% % v/d bijstandsnorm
C
Inschrijving educatieve programma
1.
20% v/d bijstandsnorm
30% % v/d bijstandsnorm
40% % v/d bijstandsnorm
100% % v/d bijstandsnorm
D
Aanwezigheid alle onderdelen educatieve programma
2.
30% v/d bijstandsnorm
40% % v/d bijstandsnorm
100% % v/d bijstandsnorm
100% % v/d bijstandsnorm
E
afleggen van een toets
2.
30% v/d bijstandsnorm
40% % v/d bijstandsnorm
100% % v/d bijstandsnorm
100% % v/d bijstandsnorm
F
verlenen van medewerking aan overige onderdelen vastgestelde inburgerings-programma
2.
30% v/d bijstandsnorm
40% % v/d bijstandsnorm
100% % v/d bijstandsnorm
100% % v/d bijstandsnorm
Van een 2e of volgende verwijtbare gedraging als bedoeld in het eerste lid is sprake indien de nieuwkomer zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een boete is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of naast hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 18, vierde lid van de wet.
Ter bepaling van deze op te leggen boete, wordt uitgegaan van de bijstandsnorm die voor de nieuwkomer zou gelden indien hij voor de voorziening in de noodzakelijke kosten van het bestaan wel aangewezen zou zijn op een uitkering op grond van de WWB.