**1..** Indien de nieuwkomer voor de voorziening van de kosten van het bestaan is aangewezen op bijstand op grond van de WWB, worden aan de verlening van WWB-uitkering tevens de navolgende voorwaarden verbonden:
zich melden voor een inburgeringonderzoek (artikel 2 Wet);
verlenen van medewerking aan het inburgeringonderzoek (artikel 4, vierde lid, van de Wet);
zich laten inschrijven bij een instelling voor het volgen van het educatieve programma (artikel 8, van de Wet);
aanwezig zijn bij alle onderdelen van het voor hem vastgestelde educatieve programma (artikel 9, eerste lid, van de Wet);
afleggen van een toets (artikel 10, derde lid, van de Wet);
verlenen van medewerking aan de overige onderdelen van het voor hem vastgestelde inburgeringprogramma, zoals maatschappelijke begeleiding en doorgeleiding naar een scholingsinstituut of reïntegratiebedrijf (artikel 12, eerste lid, van de Wet).
**2..** Indien de nieuwkomer periodieke bijstand op grond van de WWB ontvangt en de in het eerste lid genoemde voorwaarden verwijtbaar niet nakomt, wordt voor deze gedraging een maatregel opgelegd op grond van artikel 18 WWB juncto de gemeentelijke “Afstemmings –en handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2004” en blijft de oplegging van een bestuurlijke boete o.g.v. deze verordening achterwege.
**3..** Indien toepassing moet worden gegeven aan het tweede lid, vindt de maatregeloplegging WWB, bij niet nakoming van de in het eerste lid onder a t/m c genoemde voorwaarden plaats op basis van art. 10 lid 2 onder b van de “Afstemmings –en handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2004”. Als sprake is van verwijtbare niet nakoming van de in het eerste lid onder d t/m e genoemde voorwaarden, wordt bij toepassing van het 2e lid de maatregel op grond van artikel 18 van de WWB gebaseerd op art. 10 lid 3 onder b van de “Afstemmings –en handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2004.”
Artikel 4.
Samenloop van Boete en maatregelen o.g.v. de Wet Werk en Bijstand
Onderdeel van Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers