Bij handhavingcontroles in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening heeft de Medewerker Bouw- en Woningtoezicht geconstateerd dat er in Eemnes negen antenne-installaties voor de mobiele telefonie zonder bouwvergunning zijn geplaatst. Deze zijn geplaatst op:
- woonbebouwing op het perceel Oud Eemnesserweg 13 (1 antenne-installatie);
- op bedrijfspanden op het bedrijventerrein Zuidbuurt:
- Bramenberg 14 (5 antenne-installaties);
- Vlierberg 6 (2 antene-installaties);
- op een bedrijfspand op het bedrijventerrein Eembrugge op een silo op het perceel Eemweg 82 (1 antenne-installatie).
Voor de aangetroffen negen installaties zijn geen bouwvergunningen verleend. Deze zijn derhalve illegaal geplaatst.
Bovendien hebben operators aangegeven voornemens te zijn diverse antenne-installaties op verschillende locaties in Eemnes te willen plaatsen. Het gaat hierbij om de volgende locaties:
- Bij de fietstunnel onder de A27 bij de kruising Te Veenweg Zuid – Seldenrijkweg (1);
- Langs de Wakkerendijk, ten noorden van de Jonge Jaape weg (1);
- Bij de Wiggertsweg, bij het pontje over de Eem (2);
- Aan de Noordersingel, ten noorden van het gemeentehuis (1);
- Ten oosten van de A27 bij de Te Veenweg Noord – Stachouwerweg(1);
- Ten zuiden van de A1, bij de oprit naar de A27 (1).
Antenne-installaties zijn onderworpen aan het regime van de Woningwet. Volgens een recente uitspraak van de rechtbank te Haarlem d.d. 31 mei 2000 en de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State d.d. 5 mei 2001 vallen antenne-installaties niet onder de uitzonderingen van art. 43 Woningwet, voor zover ze tevens een mast en een techniekkast omvatten. Dat betekent dat ze op grond van artikel 44 Woningwet bouwvergunningplichtig zijn.
Voordat een aanschrijvingsprocedure wordt opgestart of overgegaan wordt tot legalisering en een besluit kan worden genomen over het al dan niet toestaan van de genoemde en de gewenste nieuwe antenne-installaties is het van belang een beleid vast te stellen, zodat alle illegaal geplaatste antenne-installatie en toekomstige bouwaanvragen / vrijstellingen binnen hetzelfde kader worden beoordeeld.
Op grond van de vigerende wetgeving moet een bouwaanvraag voor een antenne-installatie worden getoetst aan het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, de Bouwverordening en moet worden voldaan aan redelijke eisen van welstand. Aangezien antenne-installaties niet zijn opgenomen in de geldende bestemmingsplannen kan in de huidige situatie slechts een bouwvergunning worden verleend na het verlenen van een vrijstelling ex artikel 19 lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO).
De raad kan ex artikel 19 lid 1 WRO vrijstelling verlenen van het vigerende bestemmingsplan, mits het project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en vooraf van Gedeputeerde Staten een verklaring is ontvangen dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben. Indien voor elke vergunningaanvraag voor een antenne-installatie een specifieke ruimtelijke onderbouwing moet worden gegeven en beoordeeld en een verklaring van geen bezwaar moet worden afgegeven betekent dit voor zowel de operators als de gemeente en de provincie veel extra werk. Bovendien kent deze procedure een relatief lange doorlooptijd.
Artikel 19 lid 2 WRO biedt het college van B&W de mogelijkheid vrijstelling te verlenen voor projecten die in overeenstemming zijn met door de provincie aanvaard gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in bijvoorbeeld een beleidsdocument voor specifieke ruimtelijke onderwerpen. Op grond van onderhavige beleidsnota zal de provincie worden verzocht een verklaring van geen bezwaar te verlenen voor de gehele gemeente, zodat de nota als basis kan dienen voor het verlenen dan wel weigeren van de voor de benodigde vrijstellingen / bouwvergunningen.
Overigens geldt, dat indien een antenne-installatie in het stedelijk gebied wordt geplaatst (binnen de streekplancontouren) en minder dan 12 meter hoog is, dan wel niet hoger is dan 5 meter boven de nokhoogte van een bestaand gebouw, vrijstelling kan worden verleend door het college op grond van artikel 19 lid 2 WRO (limitatieve vrijstellingslijst). Ook voor het verlenen van vrijstelling op grond van de limitatieve vrijstellingslijst is een beleidskader gewenst om de bouwaanvragen in een zelfde context te kunnen beoordelen.
In het kader van de vrijstellingsprocedure ex artikel 19 lid 2 WRO dient het onderhavige beleidsdocument voor antenne-installaties door de gemeenteraad te worden vastgesteld en vervolgens door de provincie te worden aanvaard. Wanneer Gedeputeerde Staten een algemene verklaring van geen bezwaar afgeven, kan het college van B&W vervolgens zelfstandig via een vrijstelling een bouwvergunning verlenen voor antenne-installaties.