Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 1.2

Technische toelichting

Onderdeel van Beleidsnota antenne-installaties, gemeente Eemnes

Mobiel bellen heeft versneld zijn intrede gedaan in de samenleving. De rijksoverheid heeft aan een vijftal zendgemachtigden, te weten Libertel, Telfort, Dutchtone, KPN en BEN, licenties uitgegeven om een netwerk te ontwikkelen voor mobiel bellen in Nederland. Deze netwerken zijn momenteel in principe operationeel. De operators zijn bezig hun netwerk van installaties op te bouwen en/of te completeren. De daarvoor noodzakelijke antenne-installaties kunnen zowel in masten als op gebouwen worden geplaatst. Deze netwerken zijn gebaseerd op de standaarden GSM-900 en DSC-1800 (tezamen veelal als GSM aangeduid). De mogelijkheden van GSM-900 en DSC-1800 worden binnenkort sterk uitgebreid door de komst van de nieuwe standaard UMTS (Universal Mobile Telecommunication System). Deze standaard maakt communicatiesnelheden mogelijk, vergelijkbaar met de snelheid van het vaste net. De benodigde frequenties voor deze standaard zijn uitgegeven in juli 2000. Ten slotte bestaat er voor de speciale mobiele communicatie voor besloten gebruikersgroepen de TETRA-standaard. Op basis van deze standaard wordt waarschijnlijk het overheidsnetwerk C2000 gerealiseerd, bedoeld voor exclusief gebruik door de hulpdiensten politie, brandweer en ambulance. Deze frequenties zullen binnenkort worden uitgegeven. De TETRA-standaard wordt buiten deze nota gehouden, omdat het onwaarschijnlijk is dat in Eemnes dergelijke zendapparatuur moet worden geplaatst, aangezien in Baarn tussen de sportvelden bij de Geerenweg en de A1 een 53 meter hoge C2000-mast wordt geplaatst. Deze installatie zal voldoende dekking geven om ook Eemnes te bestrijken. Het beleid zoals verwoord in deze nota richt zich op de antenne-installaties voor de GSM-900-, DSC-1800- en de UMTS- standaard, omdat ze qua ruimtelijk beslag en mogelijke effecten op het leefmilieu vergelijkbaar zijn. Ook de technische constructie komt overeen. Vanwege de groeiende maatschappelijke vraag naar mobiele bereikbaarheid en de veiling in juli 2000 van frequenties voor de volgende generatie mobiele telecommunicatie, zal het aantal te plaatsen antennes in de nabije toekomst nog verder toenemen. Op grond van onderzoek van Columbi Consulting (juni 2000), wordt voor de komende vijf jaar een antennebehoefte voor GSM-900 en DSC-1800-installaties verwacht van 2.000-3.000 antennes per jaar. Voor UMTS is dit in de periode 2002 tot en met 2005 10.000 antennes per jaar. De genoemde netwerken maken gebruik van basisstations (= antenne-installaties), die de schakel vormen tussen het mobiele telefoontoestel en het vaste telefoonnet. Een basisstation omvat een mast met aangehangen zenders, een apparatuurkast en twee kabelverbindingen: één voor de verbinding met het vaste telecommunicatienet en één voor de energielevering. De antenne-installatie is de schakel tussen de draadloze verbinding met het mobiele telefoontoestel en het zogenaamde vaste telefoonnet. Bij verplaatsing van de mobiele telefoon, wordt telkens via een andere antenne-installatie contact met het vaste net gehouden. Elke antenne-installatie beslaat een relatief klein gebied (cel) met een straal van een halve tot zeven kilometer. De verzorgingsgebieden van de antenne-installaties overlappen elkaar om een aaneengesloten gebied te verkrijgen. Binnen een cel kunnen tegelijkertijd meerdere gesprekken worden gevoerd. Elke mobiele telefoon zoekt automatisch vrije frequentieruimte op. Met kleinere cellen ontstaat een grotere capaciteit binnen het mobiele netwerk. Kleinere cellen betekent ook, dat er meer cellen moeten zijn voor het totaal te bestrijken grondoppervlak. Dat betekent dus meer antenne-installaties. De noodzaak van meer antenne-installaties vloeit dus voort uit een combinatie van noodzakelijke dekking, capaciteit en gewenste kwaliteit.

Rechtspraak bij dit artikel