Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 3.3.1

Uitgangspunten woon- en werkgebieden

Onderdeel van Beleidsnota antenne-installaties, gemeente Eemnes

Er wordt voor het stedelijk gebied onderscheid gemaakt in werk- en woongebieden, omdat op bedrijventerreinen een antenne-installatie minder snel detoneert met het uiterlijk van het terrein en er minder snel sprake zal zijn van aantasting van het woongenot. Wij zijn van mening dat uit een oogpunt van horizonvervuiling, aantasting van het woongenot en de kwaliteit van de woonomgeving antenne-installaties zoveel moeten worden geweerd uit de woonomgeving. Alleen als operators kunnen aantonen dat op grond van de noodzakelijke dekking / capaciteit er toch antenne-installaties in het woongebied moeten worden geplaatst, kan dit worden toegestaan. Hierbij geldt dat antenne-installaties uit het oogpunt van kwaliteit van de woonomgeving bij voorkeur niet op woningen worden gebouwd. Indien de operator de antenne toch op een woning wil plaatsen moet de noodzaak ervan door middel van een dekkingsplan gemotiveerd worden aangetoond. Het dekkingsplan zal door een externe deskundige gecontroleerd worden. Om maatschappelijke onrust vanwege de vrees bij een deel van de bevolking voor lange termijn gezondheidseffecten te voorkomen, worden antenne-installaties geweerd van scholen. Voor zowel de woon- en werkgebieden geldt dat antenne-installaties vanaf de grond zo min mogelijk zichtbaar moeten zijn. Derhalve wordt in woon- en werkgebieden als uitgangspunt gehanteerd, dat antenne-installaties alleen mogen worden geplaatst op bouwwerken van 6 meter of hoger met een plat dak, waarbij in woongebieden de antenne-installaties zoveel mogelijk centraal op het dak moeten worden geplaatst. Omdat op een bedrijventerrein er minder snel sprake is van aantasting van het woongenot wordt er in werkgebieden geen maximum gesteld voor het aantal antenne-installaties per gebouw en de situering ervan. De masthoogte mag maximaal 5 meter (inclusief antenne) bedragen. Op deze wijze kunnen per mast in principe 2 antennes boven elkaar worden geplaatst en is de antenne zo min mogelijk zichtbaar vanaf de grond. Indien aangetoond wordt dat op technische gronden een hogere mast noodzakelijk is om 2 antennes op 1 zendmast te plaatsen mag een mast van 6 meter worden geplaatst. Indien in het geval dat er twee antennes boven elkaar in een mast worden geplaatst er een kans bestaat dat de blootstellingslimiet wordt overschreden dienen de operators maatregelen te treffen. De gebieden Wakkerendijk/Meentweg en de oude dorpskern (beschermd dorpsgezicht) hebben een duidelijke cultuurhistorische waarde met een groot aantal gemeentelijke en rijksmonumenten en karakteristieke gebouwen. Voorkomen dient te worden, dat door het plaatsen van antenne-installaties afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de gebouwen of het gebied. Binnen de oude dorpskern mogen vanwege het beschermde dorpsgezicht geen antennes worden geplaatst. De cultuurhistorische waarde van het gebied Wakkerendijk/Meentweg wordt niet alleen bepaald door de aanwezigheid van gemeentelijk en rijksmonumenten, waar ook door de aanwezige karakteristieke gebouwen, die niet door de monumentenwet worden beschermd. Om het bijzondere karakter van het gebied te behouden worden er geen antenne-installaties in het gebied toegestaan. Geschikte bouwwerken in het woongebied zijn bijvoorbeeld de manege, de gemeentewerf en de aanwezige bedrijven in de strook tussen de Noordersingel en de Rijksweg 27. Ook kunnen het gemeentehuis en de brandweerkazerne worden gebruikt voor het plaatsen van antennes. Om aantasting van het woongenot in het woongebied te voorkomen mogen er per bouwwerk maximaal 3 antenne-installatie worden geplaatst. Een basisstation waarbij 2 masten horen, wordt als twee installaties geteld.

Rechtspraak bij dit artikel