Voor het landelijk gebied geldt als uitgangspunt, dat horizonvervuiling zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Dit houdt in dat antenne-installaties alleen in het landelijk gebied worden toegestaan, indien er geen alternatieve locaties mogelijk zijn op de bestaande masten en de bedrijventerreinen en plaatsing vanwege de dekking / capaciteit noodzakelijk is. De noodzaak van plaatsing in het landelijk gebied moet worden aangetoond door de operator. Het dekkingsplan zal door een externe deskundige gecontroleerd worden. De installaties mogen alleen worden geplaatst op bouwpercelen waar gebouwen ten behoeve van grondgebonden agrarische bedrijven zijn toegestaan . Antenne-installaties moeten worden geplaatst op bestaande hoge bouwwerken geen woongebouwen zijnde. De masthoogte mag inclusief antenne(s) maximaal 5 meter bedragen. De mast dient zoveel mogelijk centraal op het dak te worden geplaatst. Op woongebouwen mogen geen antenne-installaties worden geplaatst. Om de visuele hinder zoveel mogelijk te beperken zijn er maximaal 3 antenne-installaties per bouwperceel toegestaan. Een basisstation waarbij 2 masten horen, wordt als twee installaties beschouwd.
Om het uiterlijk van de polder zoveel mogelijk te beschermen zullen in de Welstandsnota strenge criteria opgenomen worden, waarmee de plaatsing van antennemasten verder tegengegaan wordt.
Paragraaf 3
Artikel 3.3.2
Uitgangspunten landelijk gebied
Onderdeel van Beleidsnota antenne-installaties, gemeente Eemnes