Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13.

Werkactiveringsplaats

Onderdeel van Reïntegratieverordening 2007

1.. Het college aan personen, bedoeld in artikel 1, sub i en l, een werkactiveringsplaats aanbieden. 2.. Dit instrument ingezet worden wanneer door het college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte dan wel (middel)lange termijn een reëel perspectief, heeft op regulier werk en dat inzet van het instrument geïndiceerd is. 3.. Het doel van de werkactiveringsplaats is het opdoen van werkritme en leren wennen aan arbeidsverhoudingen. 4.. De werkactiveringsplaats steeds voor een periode van maximaal 6 maanden worden vastgesteld. Alvorens een nieuwe periode van zes maanden aanvangt, beoordeelt het college of de werkactiveringsplaats nog een geïndiceerde voorziening is. 5.. Het college plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt. 6.. In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd het doel van de werkactiveringsplaats, alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel