Voor de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur in de commissie, bedoeld
in artikel 12:1, wijzen burgemeester en wethouders
uit hun midden een vertegenwoordiger en diens plaatsvervanger aan.
Voor de vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties in de commissie,
bedoeld in hoofdstuk 12, worden per centrale, bedoeld in artikel
12:1, derde lid, vier leden waaronder twee leden die zitting hebben
in de Ondernemingsraad Zaanstad en hun plaatsvervangers aangewezen. Deze
aanwijzing geschiedt door en uit de organisaties, welke een minimum aantal
ambtenaren tot haar leden tellen. Indien verschillende organisaties deel
uitmaken van een zelfde centrale, geldt het in de vorige zin bepaalde
voor deze organisaties gezamenlijk. In een nader vast te stellen regeling
wordt het bedoelde minimum aantal ambtenaren bepaald.