Een ondersteuningsvrager kan voor de in artikel 4.1 lid 1 vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van functionele, chronisch psychische en/of psychosociale factoren:
het gebruik van het openbaar vervoer of
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Aanspraak op een collectieve vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2011