**1..** Recht op weduwenpensioen heeft de weduwe van een wethouder, gewezen wethouder of gepensioneerde wethouder.
**2..** Geen recht op weduwenpensioen heeft de weduwe van degene te wiens aanzien het bepaalde in artikel 6, tweede lid, of artikel 14, tweede lid, toepassing heeft gevonden, tenzij de gemeenteraad anders beslist.
**3..** Geen recht op weduwenpensioen bestaat indien het huwelijk was gesloten, nadat het aftreden van de echtgenoot was ingegaan, tenzij de echtgenoten reeds voor het aftreden met elkaar gehuwd waren geweest en mits het huwelijk was gesloten voordat de echtgenoot de 65-jarige leeftijd had bereikt.
**4..** Voor de toepassing van het derde lid wordt het aftreden geacht niet te hebben plaatsgevonden, indien de gewezen wethouder zonder wezenlijke onderbreking een politiek ambt, als bedoeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, aanvaardt.
**5..** De gemeenteraad beslist of een onderbreking als wezenlijk moet worden beschouwd. Van zodanige onderbreking is geen sprake, indien deze niet langer dan twee maanden heeft geduurd.
HOOFDSTUK IV
Artikel 17