Naar hoofdinhoud
1.. Het wezenpensioen bedraagt: voor elk kind, wiens moeder aan het overlijden van de vader recht op pensioen ontleent, een zevende gedeelte; voor elk ander kind, twee zevende gedeelte van het pensioen van de overledene, berekend overeenkomstig artikel 22. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder moeder mede begrepen de echtgenote van de wethouder, gewezen wethouder of gepensioneerde wethouder, die op het tijdstip van zijn overlijden de pleegouderlijke zorg had voor het kind, bedoeld in artikel 20.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel