**1..** Het weduwenpensioen bedraagt vijf zevende gedeelte van het pensioen waarop de overleden wethouder als zodanig aanspraak zou hebben gehad, indien hij met ingang van de dag na die van zijn overlijden was opgehouden wethouder te zijn, of waarop de overleden gewezen wethouder als zodanig recht of uitzicht had.
**2..** In afwijking van het eerste lid bedraagt het pensioen van de weduwe van hem die overlijdt:
als wethouder voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd, vijf zevende gedeelte van het pensioen, waarop de overledene aanspraak zou hebben kunnen maken, indien hij zijn wethouderschap tot het bereiken van evengenoemde leeftijd zou hebben bekleed;
als gewezen wethouder in de periode, waarover hem een uitkering als bedoeld in artikel 7 is toegekend, vijf zevende gedeelte van het pensioen, waarop de gewezen wethouder aanspraak zou hebben kunnen maken, indien hij tot het bereiken van de 65-jarige leeftijd recht op uitkering zou hebben gehad, met dien verstande dat voor de berekening van het pensioen de diensttijd wordt doorgeteld naar de mate waarin die tijd op de dag van het overlijden op grond van artikel 15 als diensttijd medetelde voor de berekening van het daarbedoelde pensioen.
**3..** Indien wegens eenzelfde sterfgeval voor een weduwe recht ontstaat op meer dan een weduwenpensioen op de voet van de vijfde afdeling van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, dan wel op de voet van evenbedoelde afdeling van die wet en op een weduwenpensioen krachtens de tweede of derde afdeling van die wet, wordt voor de berekening van de eigen pensioenen, waarvan de weduwenpensioenen zijn afgeleid, tijd, die zowel voor de berekening van pensioen krachtens deze verordening als voor de berekening van het andere pensioen medetelt en niet daadwerkelijk gelijktijdig in verschillende ambten is doorgebracht, slechts medegeteld voor de berekening van het krachtens deze verordening toe te kennen pensioen, indien het uit dezen hoofde over die tijd te berekenen pensioen het hoogste bedrag oplevert.
**4..** Indien wegens eenzelfde sterfgeval voor een weduwe recht ontstaat op weduwenpensioen krachtens deze verordening en op weduwenpensioen krachtens een andere regeling als bedoeld in artikel 32, vijfde lid, daarvan uitgezonderd regelingen als bedoeld in het derde lid van dit artikel, wordt het krachtens deze verordening toe te kennen pensioen, voor zover dit wordt berekend over de tijd die door de overledene niet daadwerkelijk als wethouder is doorgebracht, verminderd met het andere pensioen, voor zover dit andere pensioen wordt berekend over tijd, die samenvalt met tijd, die de overledene niet daadwerkelijk als wethouder heeft doorgebracht, doch als diensttijd medetelt voor de berekening van pensioen krachtens deze verordening.
HOOFDSTUK V
Artikel 22