**1..** Op schriftelijk verzoek van degene, die aantoont, dat uit hoofde van zijn recht op algemeen pensioen een vermindering plaatsvindt van enig ander pensioen dan bedoeld in artikel 40, vijfde lid, wordt het bedrag van die vermindering voor zoveel mogelijk in mindering gebracht op het inbouwbedrag. De vorige volzin is slechts van toepassing, voor zover bedoelde vermindering betrekking heeft op tijd, die gelijktijdig in de desbetreffende betrekkingen is of geacht kan worden te zijn vervuld. Aan diensttijd, die niet daadwerkelijk in dienstverhouding of als politiek ambtsdrager is doorgebracht, wordt een plaats toegekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 38, aanhef en onder f.
**2..** De vermindering van het inbouwbedrag, bedoeld in het eerste lid, gaat in met de dag, waarop de in dat lid bedoelde omstandigheid is opgetreden, met dien verstande, dat deze niet vroeger ingaat dan een jaar voor de eerste dag van de maand, waarin het desbetreffende verzoek is ontvangen.
**3..** Bij toepassing van het eerste lid wordt in geval op meer dan één pensioen recht bestaat, het bedrag van de in dat lid bedoelde vermindering op de inbouw-bedragen in mindering gebracht naar verhouding van evenbedoelde bedragen.
**4..** Indien de som van het inbouwbedrag en de vermindering van het andere pensioen, als bedoeld in het eerste lid, ook na toepassing van de overige bepalingen van dit artikel, een bedrag, gelijk aan 80% van het algemeen pensioen, overschrijdt wordt van deze overschrijding een deel in mindering gebracht op het inbouwbedrag, en wel naar de verhouding, waarin de diensttijd, waarnaar het pensioen is of wordt geacht te zijn berekend, staat tot het totaal van de diensttijden.
HOOFDSTUK VII
Artikel 41