Naar hoofdinhoud
De rechthebbende op een pensioen, die krachtens artikel 25a van de uitkerings- en pensioenverordening wethouders 1956 op de dag voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening een vergoeding geniet ter zake van de premie, die van dat pensioen wordt geheven ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet, met uitzondering van degene op wie artikel 46 toepassing vindt, heeft recht op een vergoeding ter zake van die premie. Deze vergoeding beloopt een zodanige gedeelte van bedoelde premie als wordt aangegeven door een breuk, waarvan de teller 7,1 is en de noemer 10,2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel