Naar hoofdinhoud
1.. Degene, die aan een overlijden het recht op pensioen als bedoeld in deze verordening ontleent, en van wie ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet ter zake van dit pensioen premie wordt geheven, ontvangt van de gemeente overeenkomstig de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers een vergoeding met inachtneming van de geldende premiepercentages en van het bedrag, waarover terzake van het pensioen en de vergoeding premie wordt geheven. 2.. Het eerste lid vindt geen toepassing op degene, die recht heeft op bijzonder weduwenpensioen, en op degene, wier weduwenpensioen wegens hertrouwen opnieuw wordt vastgesteld. 3.. Het eerste lid vindt voorts overeenkomstige toepassing ter zake van de premie, die een daarbedoeld persoon ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet verschuldigd zou zijn geweest, indien hem niet krachtens artikel 36, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 48, eerste lid, van genoemde wetten vrijstelling van premiebetaling zou zijn verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel