**1..** De uitkering wordt toegekend voor een periode, gelijk aan het tijdvak waarin de belanghebbende laatstelijk zonder wezenlijke onderbreking wethouder is geweest, doch ten minste voor de duur van twee jaren en ten hoogste voor de duur van zes jaren. Indien de belanghebbende echter laatstelijk korter dan drie maanden wethouder is geweest, wordt de uitkering toegekend voor de duur van ten hoogste zes maanden.
**2..** De uitkering wordt voortgezet tot het tijdstip, bedoeld in artikel 12, indien de belanghebbende ten tijde van zijn aftreden als wethouder de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en hij ten minste tien jaren zonder wezenlijke onderbreking wethouder is geweest.
**3..** De gemeenteraad beslist of een onderbreking als wezenlijk moet worden beschouwd. Van een zodanige onderbreking is geen sprake, indien deze niet langer dan twee maanden heeft geduurd.
**4..** Indien de belanghebbende, die aan het bepaalde in het tweede lid geen aanspraak ontleent, op de dag, waarop de in het eerste lid bedoelde uitkeringsduur eindigt, voor 25 percent of meer algemeen invalide is, wordt de uitkering met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 7a en 12 voortgezet zolang de algemene invaliditeit niet geringer is dan 25 percent. De vorige volzin is niet van toepassing op de belanghebbende, die op de dag waarop hij tot wethouder werd gekozen, reeds voor 25 percent of meer algemeen invalide was en deswege sedert die dag aanspraak heeft behouden op enige uitkering, met dien verstande, dat niettemin verdere uitkering kan worden toegekend, indien de mate van algemene invaliditeit sedert evenbedoelde dag is toegenomen in overwegende mate als gevolg van het vervullen van het ambt van wethouder.
**5..** Algemeen invalide, geheel of gedeeltelijk, is hij, die ten gevolge van ziekten of gebreken geheel of gedeeltelijk buiten staat is om met arbeid, die voor zijn krachten en bekwaamheid is berekend en die met het oog op zijn opleiding en vroeger beroep hem in billijkheid kan worden opge-dragen, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht of op een naburige plaats te verdienen, hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde personen, van dezelfde soort en van soortgelijke opleiding op zodanige plaats met arbeid gewoonlijk verdienen.
**6..** Burgemeester en wethouders kunnen in overige gevallen, de vaste commissie van advies en bijstand aan burgemeester en wethouders met betrekking tot personeelsaangelegenheden gehoord, de uitkering met inachtneming van het bepaalde in artikel 12 voor een door hen vast te stellen tijdvak voortzetten of verder voortzetten, indien de belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt, dat hij gedurende de tijd, waarin hij uitkering heeft genoten, er ondanks voldoende pogingen niet in is geslaagd:
inkomsten te verwerven of te behouden uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen na zijn aftreden als wethouder of
inkomsten te verwerven of te behouden uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen in het jaar, onmiddellijk voorafgegaan aan zijn aftreden als wethouder, dan wel
inkomsten te behouden uit of in verband met een betrekking, waarin hij gedurende zijn zittingstijd als wethouder op non-actief was gesteld, tot een bedrag, gelijk aan of meer dan 70% van het overeenkomstig artikel 5 aangepaste inkomen, dat hij laatstelijk voordat hij wethouder werd anders dan uit hoofde van een politiek ambt uit arbeid dan wel uit bedrijf genoot, en hij tevens aannemelijk maakt dat de toestand, waarin hij deswege is komen te verkeren, gevolg is van de omstandigheid dat hij de arbeid of het bedrijf, waaruit hij voordien inkomsten genoot, heeft opgegeven in verband met het aanvaarden van een politiek ambt.
**7..** In geval van tussentijds vervallen van de uitkering krachtens artikel 12, tweede lid, onder b, wordt de volgende uitkering toegekend ten minste tot het tijdstip waarop eerstbedoelde uitkering, indien zij niet was vervallen, zou zijn geëindigd.
HOOFDSTUK II
Artikel 7