Naar hoofdinhoud
1.. Voortzetting van de uitkering, als bedoeld in artikel 7, vierde lid, vindt niet plaats dan nadat uit een op verzoek van de belanghebbende ingesteld onderzoek is gebleken, dat de belanghebbende voor ten minste 25 percent algemeen invalide is, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid. 2.. Burgemeester en wethouders stellen de invaliditeitsgraad vast. Zij wijzigen ambtshalve of op verzoek van de belanghebbende de invaliditeitsgraad niet dan op grond van een onderzoek. 3.. Een wijziging van de invaliditeitsgraad gaat in: indien daartoe een verzoek is ingediend, met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die, waarin het verzoek is ingekomen; indien de wijziging ambtshalve plaats vindt, met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin de beslissing is genomen. 4.. Een onderzoek, als in het tweede lid bedoeld, kan worden ingesteld telkens wanneer burgemeester en wethouders dit nodig oordelen ter beantwoording van de vraag of nog sprake is van algemene invaliditeit. 5.. Een onderzoek, als in het eerste en tweede lid bedoeld, wordt verricht door twee of meer daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen deskundigen. Het bepaalde in de artikelen P 3, P 4, P 5, P 8 en P 11 van de Algemene burgerlijke pensioenwet is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in die artikelen aan de directie ter uitvoering van genoemde wet verleende bevoegdheden voor de uitvoering van deze verordening door burgemeester en wethouders worden uitgeoefend. 6.. De uitkering wordt niet uitbetaald, indien en zolang de belanghebbende niet voldoet aan een uitnodiging van burgemeester en wethouders zich te onderwerpen aan een onderzoek, als bedoeld in het eerste en tweede lid. Het niet uitbetaalde bedrag kan, nadat zodanig onderzoek heeft plaatsgevonden, alsnog geheel of gedeeltelijk worden nabetaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel