**1..** Burgemeester en wethouders wijzen een aanvraag om bijdrage af:
indien met het treffen van de voorzieningen het belang van de volkshuisvesting niet of niet in voldoende mate wordt gediend;
indien de voorzieningen niet sober en doelmatig worden uitgevoerd;
indien de kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te bereiken resultaat;
indien de woning na het treffen van de voorzieningen niet nog ten minste 10 jaar in stand zal blijven;
indien met het treffen van de voorzieningen is begonnen, voordat de eigenaar een aanvraag om een bijdrage bij de gemeente heeft ingediend;
indien de kosten van de voorzieningen minder bedragen dan f 5.000,- per woning,ingeval van een complex woningen gemiddeld f 5.000,- per woning;
voor dat deel van het plan waarvoor de geraamde kosten van de te treffen voorzieningen meer bedragen dan de bouwkosten van vergelijkbare nieuwe woningen, zoals die voor het geldende budgetjaar door de minister voor de betrokken locatie binnen de gemeente zijn vastgesteld;
indien in hetzelfde kalenderjaar of binnen 15 resp. 5 bij afzonderlijke energiebesparende voorzieningen volle kalenderjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag reeds eerder voor de woning geldelijke steun is verleend;
indien de warmteweerstand van de gevel na het treffen van de voorzieningen niet ten minste gelijk zal zijn aan 1,3 m2 K/W, behoudens voor zover is vastgesteld dat de gevel niet geschikt is voor het daaraan aanbrengen van isolatie;
indien de warmteweerstand van het dak na het treffen van de voorzieningen niet tenminste gelijk zal zijn aan 1,3 m2 K/W behoudens voor zover is vastgesteld dat het dak niet geschikt is voor het aanbrengen van isolatie;
indien de warmteweerstand van de beganegrondvloer dan wel de souterreinvloer na het treffen van de voorzieningen niet tenminste gelijk zal zijn aan 1,3m2 K/W, behoudens voor zover is vastgesteld dat de beganegrondvloer dan wel de souterreinvloer niet geschikt is voor het aanbrengen van isolatie;
indien het gaat om een complex en bij de aanvraag geen door een deskundige opgesteld rapport wordt overlegd over de mogelijkheden en de daarbij behorende kosten van isolatie van het complex;
indien de woning is gereedgekomen in één van de 15 volle kalenderjaren die direct voorafgaan aan de indiening van de aanvraag.
**2..** Van het bepaalde in het eerste lid onder i., j. en/of k. wordt ontheffing verleend, indien de betrokken woning een beschermd monument is in de zin van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 (Stb. 638), door het treffen van de voorzieningen dat monument zal wijzigen en daarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 11 van die wet wordt verleend.
HOOFDSTUK III Bepalingen verband houdende met het toekennen van bijdragen in de kosten van de voorzieningen
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verordening geldelijke steun voorzieningen aan particuliere huurwoningen ’s-Gravenhage 1987.