In het geval dat het functioneren van een ambtenaar niet kan worden beoordeeld vanwege langdurige afwezigheid (wegens ziekte of anderszins) kan de toekenning van de normale periodieke verhoging worden opgeschort tot het moment waarop het functioneren van deze ambtenaar wel kan worden beoordeeld.Op deze bepaling kan een beroep worden gedaan indien sprake is van onafgebroken afwezigheid gedurende een langere periode dan zes maanden. Een opnieuw ingetreden periode van afwezigheid wordt daarbij geacht een voortzetting te zijn van een eerdere periode tenzij sinds het eindigen daarvan tenminste vier weken zin verstreken.