Lid 1
Als een ambtenaar onvoldoende functioneert kan worden bepaald, dat voor hem de in artikel 7, lid 1, bedoelde salarisverhoging achterwege wordt gelaten.
Lid 2
Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging die met toepassing van het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht alsnog wordt toegekend.
Lid 3
Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vóór de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen die tot de beslissing hebben geleid.Voor een correcte toepassing van dit artikel geldt als uitgangspunt, dat de ambtenaar tijdig een signaal ontvangt, dat zijn wijze van functioneren als onvoldoende wordt beschouwd en dat hij rekening moet houden met het achterwege blijven van een periodieke verhoging. Een besluit tot het achterwege laten van een periodieke verhoging moet in ieder geval herleid kunnen worden naar een daarop betrekking hebbende aantekening in het verslag van het zgn. M&M-gesprek, tenzij duidelijk sprake is van disfunctioneren en/of incidenten nadat dit gesprek heeft plaatsgevonden.