Lid 1
Burgemeester en wethouders stellen, desgewenst voor elk organisatie-onderdeel afzonderlijk, op voorstel van het afdelingshoofd richtlijnen en normen vast voor de wijze waarop aan het bepaalde in artikel 4 uitvoering wordt gegeven.
Lid 2
De feitelijke uitvoering van het bepaalde in artikel 4 gebeurt onder verantwoordelijkheid van het afdelingshoofd.
Lid 3
Het afdelingshoofd draagt zorg voor een deugdelijke administratie van de onder zijn verantwoordelijkheid verstrekte bijdragen en zendt van die administratie een afschrift aan burgemeester en wethouders.
Lid 4
Burgemeester en wethouders doen aan de hand van de door het afdelingshoofd gevoerde administratie nagaan in hoeverre de krachtens artikel 4 verstrekte bijdragen tot het belastbare loon van de betreffende ambtenaren behoren en dragen er zorg voor, dat voor het betreffende loonbestanddeel toepassing wordt gegeven aan de geldende fiscale inhoudingsvoorschriften.