Lid 1
De werkgever houdt met ingang van een door de deelnemer aan te geven
datum op diens brutoloon een bedrag aan spaarloon in en maakt dat over
naar een door de deelnemer geopende spaarloonrekening dan wel naar de
rekening van de financiële instelling bij wijze van betaling van door
de deelnemer of diens partner verschuldigde premies als bedoeld in artikel 6 van deze regeling.
Lid 2
Bij arbeidsongeschiktheid wordt het, eventueel aangepaste, spaarloon
ingehouden op de uitkeringen krachtens de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering
en Wet Werkloosheidsvoorziening, voor zover deze via de werkgever geschieden.
Lid 3
De inhouding en overmaking van spaarloon kan gebeuren in maandelijkse
termijnen of via een eenmalige in de maand mei.
Lid 4
Wijziging van het spaarloonbedrag is alleen mogelijk per 1 januari
van enig jaar.
Lid 5
Het spaarloon bedraagt maximaal € 613,-- (peildatum 1 januari 2005) per
jaar