Wanneer belanghebbende een huurwoning of koopwoning bewoont waarvan de woonkosten hoger zijn dan het grensbedrag van de individuele huurtoeslag als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, kan er bijzondere bijstand in de woonkosten worden verstrekt indien er sprake is van een uit bijzondere omstandigheden voortkomende noodzaak om de dure woning te bewonen.
De hoogte van de toeslag wordt vastgesteld aan de hand van de Wet op de huurtoeslag-systematiek. Het meerdere boven de grensbedrag zoals genoemd bij a wordt volledig in aanmerking genomen bij de bepaling van de hoogte van de bijstandsverlening.
Aan de verstrekking van de in sub a van dit artikel bedoelde bijstand wordt de voorwaarde verbonden dat de belanghebbende binnen 12 maanden na aanvang van deze bijstand verhuist naar passende woonruimte, waarvoor aanspraak op huurtoeslag bestaat en/of woonkosten die uit het inkomen kunnen worden bestreden.
Met verwijzing naar artikel 12, lid d van deze richtlijnen wordt de ruimte in het inkomen ten volle als draagkracht aangemerkt, wanneer bijzondere bijstand wordt verleend voor woonkosten.
Hoofdstuk
Artikel 27
Woonkosten hoger dan de maximale huurgrens.
Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand 2011