Het eerste lid regelt het tijdstip van betaling voor de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, dat is de belasting voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen. Zowel bij de heffing door voldoening op aangifte als bij de heffing op andere wijze, geschiedt de betaling door het inwerpen van geld in de parkeerapparatuur. Bij de fiscale afhandeling vallen aangifte en betaling dus samen. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 van de AWR moet overeenkomstig de aangifte worden betaald. Voor het tijdstip van betaling is met toepassing van artikel 238, tweede lid (bij de heffing bij wege van voldoening op aangifte) van de Gemeenteweteen van artikel 19 van de AWR, onderscheidenlijk artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 afwijkende betalingsregeling getroffen.
Bij het betaald parkeren te kiezen voor het via de (mobiele) telefoon in werking stellen van de centrale computer voor het registreren van parkeerbewegingen, dient een afwijkende bepaling te worden opgenomen. Hierin voorziet het tweede lid. Aangezien de belastingschuld 'in het tijdvak van parkeren verschuldigd wordt', kan deze pas na het einde van het parkeren worden betaald. De betaling is afhankelijk van wat de gemeente heeft afgesproken met het bedrijf dat op dit gebied zijn diensten aan de gemeente verleent.
Als geen betaling heeft plaatsgevonden - of als niet via de telefoon is ingelogd op de centrale computer en ook geen betaling in de fysiek aanwezige parkeerapparatuur heeft plaatsgevonden - kan bij fiscale afhandeling een naheffingsaanslag worden opgelegd en eventueel een wielklem worden aangebracht. In die situatie vindt het traject zoals dat is vastgelegd in de artikelen 234 en 235 van de Gemeentewet toepassing. Een naheffingsaanslag moet ingevolge het laatste lid van artikel 7 onmiddellijk worden betaald. Dit is in overeenstemming met artikel 234, negende lid, van de Gemeentewet. De gemeente kan overigens ook een acceptgiro sturen die binnen een bepaalde termijn betaald moet worden.
Voor de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel b, is in het derde lid bepaald dat deze overeenkomstig de aangifte moet worden betaald op het moment dat de vergunning wordt verleend(vergelijk artikel 5, tweede lid). Dit tijdstip zal meestal zijn gelegen vóór aanvang van het tijdvak waarvoor de vergunning geldt. Voor vervolgaangiften wordt doorgaans gebruik gemaakt van een optisch leesbare acceptgiro. Door ondertekening van de betalingsopdracht doet men aangifte voor het volgende tijdvak. Voor dat tijdvak wordt ook een nieuwe vergunning verleend. Dit laat onverlet dat bijvoorbeeld kan worden bepaald dat de vergunning (het strookje) alleen geldig is in combinatie met een 'stamkaart'.
Het parkeren zonder vergunning op plaatsen waar dat alleen met een vergunning mag, is een overtreding. In dat geval zal er geen naheffingsaanslag kunnen worden opgelegd, tenzij in hetzelfde gebied ook een parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven. Is dat niet het geval, dan moet het parkeren zonder vergunning op een vergunningplaats gezien worden als een overtreding. Deze zal in beginsel strafrechtelijk worden vervolgd (artikel 7 en artikel 10 van de model-Parkeerverordening). Het spreekt voor zich dat als de parkeerbelasting voor de vergunning zelf niet wordt betaald - als overeenkomstig ons model wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte - deze belasting wel kan worden nageheven. Ook voor deze naheffingsaanslag geldt dat deze onmiddellijk moet worden betaald. Dit is op grond van artikel 250, eerste lid, van de Gemeentewet in afwijking van de termijn genoemd in artikel 9, tweede lid, van de Invorderingswet 1990. Wij tekenen hierbij aan dat in dit geval geen kostenopslag kan worden berekend. Wel achten wij verdedigbaar dat een bestuurlijke boete op grond van artikel 67c (verzuimboete) of artikel 67f (vergrijpboete) kan worden opgelegd. Het bepaalde in artikel 234, vijfde lid, van de Gemeentewet ziet immers alleen op de parkeerbelasting voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen. De hoogte van de boete moet worden afgestemd op de hoogte van de niet-betaalde belasting en is afhankelijk van het door de gemeente geformuleerde beleid ter zake. In de praktijk zal het waarschijnlijk niet zover komen, omdat de belasting voor de vergunning doorgaans vooruitbetaald wordt.
Hoofdstuk
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2013